Goud, wierook en mirre van de Drie Koningen
Driekoningen, Epifanie of Openbaring van de Heer (Solemnitas Epiphaniae Domini in het Latijn) is een christelijke feestdag die elk jaar op 6 januari wordt gevierd en waarop men de Bijbelse gebeurtenis (Matt. 2:1-18) herdenkt van de Wijzen die een ster in het oosten zagen staan en deze volgden tot in Bethlehem, om Jezus te begroeten als de pasgeboren koning der joden. Dat deze wijzen uit het oosten kwamen, gaat terug op Matteüs 2:1. Dat de wijzen de ster (van Bethlehem) “in het oosten” gezien hebben (Matteüs 2:2,9), moet in dit verband dus betekenen dat zij de ster zagen terwijl ze in het oosten waren – en niet dat de ster aan de (voor hen) oostelijke hemel verscheen.
In de katholieke liturgie in België en Nederland wordt het hoogfeest van de Openbaring van de Heer op de eerste zondag na 1 januari gevierd indien 6 januari op een werkdag valt. In veel Zuid-Europese landen is Driekoningen een vrije dag en wordt Driekoningen op de dag zelf gevierd. De Openbaring van de Heer is het eerste van drie feesten, samen met de Doop van de Heer en de Opdracht van de Heer in de tempel (2 februari), die thuishoren in de Kerstkring, de tijd van Jezus’ kindsheid en jonge jaren.
De zogenaamde Relikwieën van de Drie Koningen worden in een reliekschrijn bewaard in de dom van Keulen.
Oorsprong
Het feest ontstond in de vierde eeuw in het oosters christendom en was oorspronkelijk bedoeld om de verschijning van de vleesgeworden Zoon van God op aarde te vieren (επιφάνεια, epiphaneia is Grieks voor ‘verschijning’). Daarbij werden de tekenen van Jezus’ goddelijkheid herdacht: de geboorte uit de Maagd Maria, het bezoek en de aanbidding van de Wijzen uit het Oosten, gebeurtenissen uit Jezus’ jeugd en de doop door Johannes de Doper.
De Kerk van de Latijnse ritus vierde de geboorte van Jezus echter steeds op 25 december. Met de overname van het feest van de epifanie op 6 januari door de Latijnse Kerk werd daarom alleen de aanbidding der wijzen herdacht, waarmee de bekendmaking van Christus aan de wereld wordt gevierd.
Goud, wierook en mirre
Nergens vermeldt de evangelist Matteüs in zijn geboorteverhaal dat er precies drie Wijzen of Koningen zijn; Matteüs 2:1-18 vermeldt wel het verhaal van de Wijzen (‘μαγοι’) die het Kerstkind kwamen bezoeken. In de latere kerstverhalen (reeds bij Origenes in de 3e eeuw) zijn er drie van gemaakt, wellicht omdat de Wijzen drie geschenken aan¬bie¬den: goud, wierook en mirre. De Wijzen zijn in de volksverhalen en bij Tertullianus koningen geworden omdat de tekst van Matteüs doet denken aan Jesaja 60,3.6: “Volkeren komen naar uw licht, konin¬gen naar de glans van uw dageraad. ….. Een vloed van kamelen zal u over¬dek¬ken, dromedarissen van Midjan en Efa; alle bewoners komen uit Seba, met goud en wierook beladen.”
Onder invloed van deze tekst (en van Psalm 72,10) zijn de Wijzen koningen geworden, die reisden per kameel. Sedert de 8e eeuw vindt men hun namen als Caspar, Melchior en Balthasar. Zie verder Wijzen uit het oosten, en Nu zijt wellekome, in welk lied de Koningen in de protestantse versie weer Wijzen geworden zijn.
Gebruiken
Driekoningen wordt zowel door protestanten als katholieken gevierd. Willem Barentsz vierde het tijdens de overwintering op Nova Zembla.
Nederland
Kinderen lopen de avond voor Driekoningen in groepjes van drie verkleed met een kroon langs de deuren; een van hen heeft een zwart gemaakt gezicht. Ze dragen daarbij lampionnen en zingen de volgende woorden:
Drie koooningen, drie koooningen,
geef mij nen nieuwen (h)oed.
Mijnen ouwen is verslee-eeten,
mijn moeder mag ‘t nie wee-eeten.
Mijn vader heeft het geld,
op de toonbank neergeteld.
Oorspronkelijk luidt de laatste zin “op de [russel] rooster geteld. Op de rooster tellen betekent hier: geen geld hebben of geen kunnen bijhouden. Bron: “Driekoningenzingen” van P. Spapens (blz. 76). Deze versie wordt in Vlaanderen nog altijd gezongen.
(De laatste twee regels luiden ook wel: “Mijn vader heeft geen geld, is dat niet slecht gesteld?”,
Als beloning voor het zingen krijgen ze eten, snoep en geld. De lampionnen zijn een overblijfsel van een oude heidense gewoonte, waarin men fakkels droeg om boze geesten te verjagen. Het snoepgoed dat werd uitgedeeld, stamt van heidense offermalen. De boon in de koek en het kaarsjespringen zijn ook afgeleid van heidense gebruiken. De Germanen mochten in de twaalf nachten van de nieuwjaarsfeesten geen peulvruchten (hun hoofdvoedsel) eten en de ‘heilige boon’ betekende het einde van die vasten.
In huis werd Driekoningen met eten, drank en gezang gevierd, Jan Steen heeft dit geschilderd (Het Driekoningenfeest). Bekend is het Koningsbrood of koningentaart die men bakt: er wordt een bruine boon of muntstuk in verstopt en degene die hem vindt is die dag “koning(in)”. (Dit wordt beschreven in het autobiografische kinderboek “Blijf lachen Irmgard” van Irmgard Smits). Degene die de koning is, is die dag de baas in huis!
Ook kende men de koningsbrief: zowel in huiselijke kring als op een groot officieel feest. Men kon in een ton papiertjes grabbelen en degene die de koningsbrief trok, werd door iedereen getrakteerd en was de baas. Tevens werden er brieven getrokken voor de functie van raadsheer, rentmeester, secretaris, zanger, speelman, kok, portier, schenker en zot en zottin. Volgens een legende hoorde koning Frans I van Frankrijk in 1521 voor het eerst over zo’n koningsbrief, hij verklaarde de ‘koning’ de oorlog en ging erheen, maar werd ontvangen met sneeuwballen, appels en eieren. Een dronken man gooide zelfs met een stuk brandend hout, maar koning Frans zag in hoe hij zich voor gek had gezet en weigerde de man te vervolgen.
Bij kerken of in het kerkportaal werd rond Driekoningen een toneelstuk opgevoerd met Maria, Jozef, het kindje Jezus, de ezel, de os, Herodes en de Drie Wijzen. In protestantse gebieden gebeurde dit ook binnen in de kerk.
Vlaanderen
Vlaanderen kent ook het driekoningenzingen, net zoals Nederland.
Een andere veel voorkomende traditie is het bakken van een taart waarin een bruine boon verborgen zit. Degene die het stuk met de boon vindt, krijgt een kroontje als “koning” van de dag.
In Sint-Niklaas is een Driekoningenstraat. Elk jaar was er dan een grote Driekoningenstoet, waarin de Drie Koningen zelf als reus meeliepen; vandaag bestaat deze folkloristische stoet niet meer en zijn deze reuzen stadseigendom.
Driekoningen is bij veel gezinnen het moment om de kerstboom buiten de deur te zetten.
Duitsland
In het Oudhoogduits heet Driekoningen ‘Perthennacht’, naar een mythologisch Germaans wezen (Perchta), vooral in verband gebracht met licht (rond 6 januari beginnen de dagen te lengen).
Spanje
In Spanje worden vaak cadeautjes gegeven met Driekoningen, omdat op deze dag de Koningen ook cadeaus aan het kindje Jezus gaven. Bij volwassenen wordt dit vaak gecombineerd met een klein grapje in de vorm van een cadeautje. De dag ervoor wordt er in bijna alle plaatsen een intocht van de drie koningen georganiseerd, vergelijkbaar met de intocht van Sinterklaas in de Lage Landen.
Huiszegen: Christus Mansionem Benedicat
Driekoningen was vroeger – net zoals Pasen – traditioneel een doopdag. Ter herinnering aan de doop vindt met Driekoningen de wijding van het water plaats. Met dit wijwater kunnen huizen worden gezegend. Bij deze huiszegen schrijft men in vele landen met krijt de letters “C+M+B” op de deur, waarbij men hoopt alle kwaad op afstand te kunnen houden. Dit blijft dan op of boven deur staan tot Pinksteren.
De letters staan voor de Latijnse zegenspreuk: “Christus Mansionem Benedicat”. Dat betekent: “Christus zegene dit huis”. De letters verwijzen ook naar de initialen van Caspar, Melchior en Balthasar, de drie wijzen uit het oosten, die mede achtergrond geven aan dit gebruik. Zij zijn de eerste niet-gelovigen (‘heidenen’) aan wie Christus zich heeft geopenbaard. De gebruikelijke vorm is dan bijvoorbeeld voor dit jaar: xx+C+M+B+yy. Bij ‘xx’ worden de eerste twee cijfers van het jaartal ingevuld en bij ‘yy’ de laatste twee cijfers. In 2008 staat er dan bijvoorbeeld: “20+C+M+B+08″. De ‘+’staat voor een kruisteken.
In Nederland worden met Driekoningen door parochies vaak langwerpige kaarten uitgedeeld met deze letters erop (ter grootte van een derde van een A4′tje), die vervolgens in de hal of de huiskamer worden opgehangen (zie afbeelding).
Driekoningenwater
Het wijwater dat wordt gewijd tijdens de vigilie op de avond voor Driekoningen wordt Driekoningenwater genoemd. Het wordt gezien als het meest krachtige wijwater. In Midden- en Oost-Europa wordt het gebruikt om alle ziekten te weren voor mens en dier. Ook om duivelse invloeden te neutraliseren. In vele parochies wordt er daar ongeveer 1000 liter gewijd.[bron?]
In de buitengewone Latijnse ritus van de katholieke kerk is liturgie is als volgt opgebouwd: Na de Litanie van alle Heiligen bidt de priester de overwinningspsalmen 28, 45 en 146. Vervolgens het zogenaamde Exorcisme van de Heilige Michael en dan een Benedictus en een Magnificat. Na verdere zegeningen van zout en water wordt de wijding besloten met een Te Deum.
(Weer)spreuken
• ‘Met Driekoningen lengt de dag zoveel een geitje springen mag.’
• ‘Zet met Driekoningen ramen en deuren open, want wind met Driekoningen brengt zegen.’
• ‘Als het op Dertiendag (13e dag na kerst = Driekoningen) vriest, vriest het zes/dertien weken lang.’
• ‘Als Driekoningen is in het land, komt de vorst in ‘t vaderland.’
• ‘Met Driekoningen lengen de dagen zich een haneschreeuw.’ (Bedoeld wordt de duur van de kraai van een haan.)
• ‘Op Driekoningen zijn de dagen gelengd, gelijk een ruiter op z’n peerd sprengt.’
Driekoningen in de beeldende kunst, muziek en literatuur
• Driekoningenschrijn (1181-1230) in Keulen van Nicolaas van Verdun
• Driekoningenportaal (rond 1400) van de Sint-Martinusbasiliek in Halle
• Driekoningenretabel (1505) in Freiburg van Hans Weiditz
• Driekoningenavond (1899), toneelstuk van Cyriel Buysse
• Driekoningenkerk (1909-1911) in Neuss
• Driekoningentryptiek (1923) van Felix Timmermans
• Sie werden aus Saba alle kommen is een cantate nr. 65 van Johann Sebastian Bach geschreven voor het feest van Driekoningen
www.wikipedia.be
Gerelateerde artikelen:
Tags: drie koningen, driekoningen, Goud, mirre, wierook